Abele – Izenberge, dinsdag 17 september 1918

1918-09-17-dagboek

Dat is een mars van minstens 2 x 6 km. Het lijkt wel of het dezelfde mars is waar Gaston het gisteren over had. Die schrijft dan weer: “We mogen de barakken niet verlaten, naar verluidt vormen we de versterking voor het Franse legerkorps van generaal Anthoine. Geruchten over een nakende aanval doen de ronde.” [1]

[1] André Gysel, Gaston Le Roy, dagboek van een Vlaamse Oorlogsvrijwilliger tijdens WO1, Lannoo

Advertenties

Abele – Izenberge, maandag 16 september 1918

Gaston kreeg 3 dagen geleden dan wel 8 dagen gevangenis, vandaag is hij wel mee op tocht. “Mars beladen met rugzak en volle patroontassen, oefening in aanvalsgolven en mars terug. De soldaten klagen, verwensen alles en iedereen, het regent verwensingen en niet zonder reden. Jassen en broeken zien nat van het zweet. Ik klaag niet, geen woord ontsnapt aan mijn lippen. Ik lijd geduldig en voel er me zelfs goed bij. Wat we vandaag hebben meegemaakt, was zeker hard, uitzinnig en dwaas.
Op mijn voet heb ik twee witte blaarroosjes, maar ik hang voort de lolbroek uit, tot ergernis van velen en tot genoegen van hen die meelachen. [1]

[1] André Gysel, Gaston Le Roy, dagboek van een Vlaamse Oorlogsvrijwilliger tijdens WO1, Lannoo

Abele – Izenberge, zondag 15 september 1918

In Wulveringem is het Kermiszondag; de vierde keer kermis in oorlogstijd en de vierde herfst in de loopgraven met mist en modder, enz. [1]

In Zondereigen doet de oorlog de prijzen stijgen. “Het geboer gaat nog zijn gewone gang. Alles is duur, zoals kleerstoffen. Gij schrijft: een kostuum kost bij ons 50 à 60 gulden. Dat is veel, maar bij ons zal dat toch zeker een broek kosten. Koopt nog maar een pak, want ik heb de uwe al wat versleten…” (Peter Huybrechts van het Lipseinde in Zondereigen aan Cornelis Huybrechts, geïnterneerde soldaat in Riel). [2]

[1] Lut Ureel, de kleine mens in de grote oorlog. uitg. De Klaproos

[2] http://www.amaliavansolms.org

Abele – Izenberge, donderdag 12 september 1918

De Duitsers doen een tegenaanval ten NO van Bikschote.

Koning Albert heeft besloten dat het Belgische leger mee zal doen aan de bevrijdingsaanval in Vlaanderen. Daarvoor wordt de Legergroep Vlaanderen gevormd, waarin de volgende legers zijn opgenomen:

–     het volledige Belgische Leger (o.l.v. luitenant-generaal Gillain)

–     het 2de Britse Leger met tien Infanteriedivisies (o.l.v. generaal Plummer)

–     het 2de Franse Cavaleriekorps met drie Divisies, de 2de, 4de en 6de (o.l.v. generaal Robillot)

–     drie Franse Legerkorpsen met elk drie Infanteriedivisies het 7de Franse Legerkorps (o.l.v. generaal Massenet), het 34ste Franse Legerkorps (o.l.v. generaal Nudant), het 30ste Franse Legerkorps (o.l.v. generaal Penet)

–     twee Amerikaanse Divisies

Het reële opperbevel wordt in handen gegeven van de Franse Divisiegeneraal Degoutte en koning Albert krijgt het nominale opperbevel. Het Belgische hoofdkwartier is gevestigd in Houtem, het Franse in Hondschote. Op 26 september zullen de aanvallen over de hele frontlinie aanvatten. [1] Maar daar weten wij natuurlijk niets van.

[1] Catalogus ‘Naamstenen 1914-1918’, Provincie West-Vlaanderen 1988

Abele – Izenberge, woensdag 11 september 1918

Vandaag aanvaardde de koning het formele bevel over de nog op te richten Legergroep Vlaanderen. Hoewel het Belgische leger nog steeds niet deel nam aan de ontzettingsoffensieven van de geallieerden, ging het wel door met de verhoogde frontactiviteit zoals die al heel 1918 bezig was. Het Groot Hoofdkwartier wilde dat de legerdivisies permanent raids zouden uitvoeren om de Duitsers te enerveren.[1] Zo was er vandaag een Belgisch offensief ten NO van Bikschote. Dit ligt ten NO van Pilkem, waar wij tot voor kort in de voorposten zaten.

Vandaag doen we hier helemaal niet aan mee.

1918-09-11-dagboekDus eerst 3 km noordelijk naar Wulveringem, dan nog 2 km in noordwestelijke richting (richting Veurne) tot ’t Zwaantje. En dan 5 km terug.

 

[1] 14-18 Oorlog in België, Luc De Vos e.a. Davidsfonds.

Abele – Izenberge, dinsdag 10 september 1918

Meester Selschotter is bezorgd om zijn zoon. “Louis naar de loopgraven tot maandagavond. Hij verwacht dinsdag zware offensieven. Vóór een aanval zijn de soldaten opgewonden. Ze dobbelen en kaarten tot alles is vergokt. Ze willen niet sneuvelen met geld op zak. In hun laatste minuten willen de meesten nog gulzig alle kansen benutten.” [1]

Gaston is “niet weinig verwonderd de krijgsgevangenen van gisteren vandaag al bij het bad te ontmoeten. Zij zijn er rap bij, wij hebben maanden naar een bad verlangd. Velen benijden hen. Zij zijn zeker de oorlog te zullen overleven.” [2]

[1] Lut Ureel, de kleine mens in de grote oorlog. uitg. De Klaproos

[2] André Gysel, Gaston Le Roy, dagboek van een Vlaamse Oorlogsvrijwilliger tijdens WO1, Lannoo