Caen, maandag 23 december 1918

 

Op 29 oktober 1918 schreef E. De Kort (Maria De Kort is mijn tante) uit San Francisco

Beste Vriendt Alphonse,

Ik heb hier voor mij uwen brief van den 1 December 1917 die gij geschreven hebt, maar tot nu toe mijne beste Vriend heb ik nog niets van u of Jan Horsten gehoort. Dezen avond schrijf ik naar Jan van den Broek, Jan Horsten en naar u beste vriend en ik hoop dat toch één van de drie brieven zullen te rechten komen. Denkt niet dat ik u vergen ben, want dikwijls zitten wij hier te klappen en te wonderen waarom wij van de jongens geen nieuws krijgen. Het eenigste dat er kan zijn is dat de brieven verloren gegaan zijn want dat gebeurt nu nogal dikwijls en het is nog al moeilijk om alles te regelen als bijna geheel de wereld overhoop staat, niet waar. (Alphonse jong en ziet niet naar de fouten, want het is maar moeilijk hoor vlaamsch te schrijven.) Nu ga ik u nogmaals is schrij ven dat ik u well ken en dat ik well weet wie bij zijt. Ik vergeet nooit zoo lang ik leve de goede vrienden die ik kende voor den korten tijd ik in België (Meerle) was en dikwijls hoop ik van u allen na den oorlog is te komen opzoeken. Moge de Goede God ons sparen en ons het geluk geven van allen bijeen te komen en den ergen tijd die wij nu doorleven te vergeten en wederom op er nief te beginnen, niet waar mijne vriend. Nu Alphonse, als ge na Meerle schrijft, doe de complimenten en na Zondereigen ook want wij hooren niets van daar als juist gij en John van den broek mij geschreven heeft. Ik stell het hier opperbest. Wij doen alles wij maar kunnen om den oorlog te helpen winnen. Ik werk nu tien uren per dag aan de schepen, want die hebben wij heel veel noodig om ons eigen soldaten over te brengen en om voedsel en den al voor al de landen te verzenden. Als ik antwoord krijg op dezen brief, Alphonse, zal het mij veel plezier doen u eenige portretten op te sturen en dan van u moet ik er ook hebben. Niet vergeten zulle, want ik zoo U en Jan Horsten en de andere vrienden aan mijne kenissen hier willen laten zien. Van John van den Broek heb ik al een portret. Ik ga naar u allen wat geld sturen, maar eerst moet ik antwoord hebben om zeker te zijn dat het te rechte komt. Ge kunt dan als gij het krijgt een cigaar op mij smooren. Houdt maar goede moed, mijne vriend. Het zal nu niet lang meer duuren, want wij hebben al veel jongens daar, al over de twee million en zij maar zeker dat wij niet zullen op houden tot dat wij gewonnen hebben en dat zal nu spoedig zijn. Denkt gij het ook niet beste vriend. Nu hope ik van spoedig een antwoord te krijgen want ik denk dikwijls op uw allen.

Uwen liefhebbende Vriend

E. De Kort.

De brief kwam vandaag in Villiers-le-Sec, Caen [1]

1918-12-23-dagboekVandaag ontving ik de brief die E. De Kort op 29 oktober had geschreven vanuit San Francisco. Mijn vriend Bernard stuurde op 1 november deze kaart vanuit Lourdes, maar pas vandaag heb ik ze ontvangen.

En zelf stuurde ik een kaartje naar ons Keke.

 

 

[1] http://www.amaliavansolms.org